Crimony! An Interview with Mike Watt

Mike Watt & the Missingmen at Supersonic(2)

© Greg Neate

Mike Watt (b. 1957), one of the most influential bassplayers in indie music, recently started a new band, Il Sogno del Marinaio. While on tour in Europe, he talked to us about cynicism, open minds and Okinawa music.

It was in the early 1970s in San Pedro, California, when his friend’s mother suggested her son and Watt start a band. She didn’t mind the kids practicing at home, because that way she could hear where they were, and that they weren’t out on the streets. Watt and his new friend D. Boon formed The Minutemen, one of the first indie bands. They inspired a whole new generation with the idea that anybody can start a band.

The Minutemen’s punk music was fused with many different styles, among them blues and funk. Watt grew up in a working class family, a background that clashed with the idea of rock in that period: it was the era of arena rock with big shows and crazy outfits. On the contrary, Watt and The Minutemen toured with little money. Partly because they wanted the gigs to be affordable for other working class people, partly because Watt thought they should always be prepared for times when they couldn’t earn money with their music.

Sadly, Boon died in a car accident in 1985. Encouraged by his musician friends, Watt picked up his bass again after this tragedy. In the past forty years that Watt played music he made many solo albums and collaborated on numerous projects, from Iggy Pop and The Stooges to Eddie Vedder and Carla Bozulich, to name only a few.

mikewatt_10

Recently Watt started a new band, Il Sogno del Marinaio, with two young Italian musicians, Andrea Belfi and Stefano Pilia. As the music website Pitchfork writes: ‘When so many of his contemporaries seem content to sit by the phone and wait for the next documentarian to come calling, Watt’s off in Italy, making strange records with near-strangers, forever engaged.’ In the week before his show in Amsterdam we get the chance to exchange emails with him. He writes all his answers concisely and with thought, makes sure that he thanks us, and signs with ‘Watt on Bass’.

What do you enjoy most about playing with Il Sogno del Marinaio?

“First off, I love Andrea Belfi and Stefano Pilia. Secondly, I find myself bringing my bass to very interesting places to help myself grow using that machine. Belfi and Pilia are distinctive musicians that really fire me up to play my best for them. I think that one of the key elements of the politics of bass is to ‘look good by making my bandmates look good’.”

“I wanna take risks with expression and not with shit-hoarding objects, so I still jam econo on my music. ‘Econo’ is about not letting material shortcoming shortchange your shot at making expression. I’m glad I come from the tradition I do. I still don’t think material constraints should stifle music and folks should use any means they have and not have to feel it’s lame or inferior. It’s about the heart, the spirit and the ability to blow minds.”

You have witnessed several decades of independent music. How have you seen it develop over the years?

“I think younger people have more open minds than when I was a teenager (I was 13 in 1970). I think it’s more econo to make music nowadays, the equipment is much cheaper now. I think there are connections made through the internet we didn’t have before. I think it’s possible for more and more people to make music and then share it, than ever before. I think the big challenge in the old days that’s still here today, is the challenge of making music with much heart with the ability to blow minds. That’s something that maybe should never be ‘solved’ or whatever – it should always be a challenge. I would hope the idea of genre would become something very insignificant cuz I mean, music is music.”

Which music are you currently most inspired by?

“I love Mi-Gu, Sawako, Boris, Sistas in the Pit, and Creedence Clearwater Revival. Richard Hell was my first punk rock hero – oh, you said current… I’m really into Lite from Tokyo, Tobacco/Black Moth Super Rainbow from Pittsburgh and Bob Pollard’s ‘pert-near weekly releases. I listen to some Okinawa music on repeat big time for many hours, same with John Coltrane. It’s happened that I’ve had that stuff looping for days. I have ‘pert-near four hundred John Coltrane tunes on my ipod.”

“I think expression I dig is about all kinds of things human that are
genuine and not used for oppression. I like the idea of non-coercion in power relations, a respect for human dignity. I’m glad that’s the tradition I come from and it is a core value that helps me realize what I’m about. Sometimes it’s frustrating and you gotta keep trying and trying, but I watch a young skateboarder and kind of find myself in the same shoes. It’s easy maybe to get cynical and think you’ve seen everything as you get less younger. So that’s a fight too – to keep your self open and truly believe everyone’s got something to teach you.”

Any new words you could teach us?

“In the world of music I wish folks would use ‘prac’ instead of ‘rehearse’, I just do. And everyone should start using the word ‘crimony’ more when their minds get blown.”

Minutemen Duo (Watt) at ATP, Camber Sands - Greg Neate, www.neatephotos.com

© Greg Neate

Il Sogno del Marinaio played OCCII on February 24th 2013.


Mike Watt & the Missingmen at Supersonic(2)

© Greg Neate

Mike Watt (1957), een van de meest invloedrijke bassisten in de indiemuziek, is een nieuwe band begonnen: Il Sogno del Marinaio. Terwijl hij op tour was in Europa, sprak hij met ons over cynisme, open staan voor nieuwe dingen, en Okinawamuziek.

Het waren de vroege jaren ’70 in San Pedro, Californië, toen de moeder van zijn vriend D. Boon op een dag voorstelde dat de jongens een band zouden beginnen. Ze vond het niet erg dat de twee in haar huis zouden oefenen, want op die manier kon ze horen waar de jongens waren, en dat ze niet op straat rondhingen. Watt en zijn vriend vormden The Minutemen, een van de eerste indie bands. Ze inspireerden een hele nieuwe generatie met het idee dat iedereen een band kan beginnen.

De punkmuziek van The Minutemen was een mix van stijlen, waaronder blues en funk. Watt groeide op in een arbeidersgezin, een achtergrond die botste met het idee van rockmuziek in die periode: het was een tijd van arenarock met grote shows en heftige outfits. Watt en The Minutemen daarentegen tourden met weinig geld. Deels omdat ze wilden dat hun shows betaalbaar waren voor mensen met weinig geld, deels omdat Watt vond dat ze zuinig moesten leven en altijd voorbereid moesten zijn op periodes waarin ze niet van hun muziek konden leven.

Een tragische gebeurtenis veranderde de balans die de band had gevonden. In 1985 stierf Boon tijdens een auto-ongeluk. Aanvankelijk wilde Watt stoppen met muziek, maar aangemoedigd door zijn vrienden pakte hij zijn bas weer op. In de afgelopen veertig jaar waarin Watt muziek maakte, heeft hij veel soloalbums gemaakt en samengewerkt met muzikanten als Iggy Pop in The Stooges, met Eddie Vedder en Carla Bozulich, om er een paar te noemen.

mikewatt_10

© Roger NBH

Recent is Watt een nieuwe band begonnen: Il Sogno del Marinaio, met twee jonge Italiaanse muzikanten, Andrea Belfi en Stefano Pilia. Zoals de muziekwebsite Pitchfork schrijft: ‘Terwijl zo veel van zijn generatiegenoten tevreden thuis op een volgend telefoontje van alweer een documentairemaker zitten te wachten, is Watt op pad in Italië, vreemde muziek aan het maken met bijna-vreemden, alsmaar geëngangeerd’. In de week voor zijn show in Amsterdam, mailen we met hem. Hij schrijft al zijn antwoorden precies en doordacht op, zorgt ervoor dat hij ons bedankt en tekent met ‘Watt on Bass’.

Waarvan geniet je het meest als je met Il Sogno del Marinaio speelt?

“Ten eerste hou ik van Andrea Belfi en Stefano Pilia. Ten tweede neem ik mijn basgitaar mee naar interessante plekken om mezelf te leren op dat ding te spelen. Belfi en Pilia zijn uitzonderlijke muzikanten voor wie ik op m’n best wil spelen. Ik denk dat een van de belangrijkste dingen van bas spelen is dat je goed bent als je je bandgenoten goed laat klinken”.

“Ik wil risico’s nemen als ik me uitdruk, en me geen zorgen hoeven maken over het geld dat ik ervoor krijg. Daarom speel ik nog steeds ‘econo’. Dat betekent dat je materiële zaken je niet in de weg laat zitten bij je kans om kunst te maken. Ik ben blij dat ik uit die traditie kom. Ik denk niet dat materiële beperkingen muziek moeten beperken. Mensen moeten elk middel gebruiken dat ze hebben, en niet het gevoel hebben dat dat onzinnig is of minderwaardig. Het gaat om ‘het hart’, de ‘spirit’, en de mogelijkheid om mensen van hun sokken te blazen.

Je hebt verschillende decennia onafhankelijke muziek meegemaakt. Hoe heb je het zien veranderen door de tijd heen?

Ik denk dat jongere mensen meer open staan voor nieuwe dingen dan toen ik een tiener was (ik was 13 in 1970). Ik denk dat muziekmaken tegenwoordig meer ‘econo’ is dan toen. De spullen zijn goedkoper. En je kunt je muziek op internet uitbrengen en verspreiden. Het is mogelijk voor meer en meer mensen om om muziek te maken en die te delen. De grote uitdaging die er vroeger ook al was, maar nu nog steeds, is de uitdaging om muziek te maken met je hart en mensen echt te raken. Dat is iets wat nooit ‘opgelost’ is, of kan zijn, dat moet altijd een uitdaging blijven. Ik hoop wel dat het idee van ‘genre’ minder belangrijk wordt, want muziek is muziek”.

Door welke muziek ben je op het moment het meest geïnspireerd?

“Ik hou van love Mi-Gu, Sawako, Boris, Sistas in the Pit, en Creedence Clearwater Revival. Richard Hell was mijn eerste punkheld – o, je zei ‘op het moment’… Ik ben helemaal weg van Lite uit Tokyo, Tobacco/Black Moth Super Rainbow uit Pittsburgh en Bob Pollard’s bijna wekelijkse nieuwe uitgaven. Ik luister uren achter elkaar naar Okinawa music op ‘repeat’, hetzelfde geldt voor John Coltrane. Het is wel voorgekomen dat ik hem dagen achter elkaar hoorde. Ik heb bijna vierhonderd nummers van John Coltrane op mijn iPod”.

“De kunst waar ik van houd komt van allerlei menselijke expressie die oprecht is en niet te maken heeft met onderdrukking. Ik hou van het idee dat je elkaar niet onderdrukt in machtsrelaties en dat je respect hebt voor menselijke waardigheid. Ik ben blij dat dat de traditie is waar ik vandaan kom en die helpt me realiseren wie en wat ik ben. Soms is het frustrerend dat je maar moet blijven proberen en proberen, maar als ik dan een jonge skateboarder zie, haal ik daar inspiratie uit. Het is makkelijk om cynisch te raken en te denken dat je alles al hebt gezien als je minder jong wordt. Dat is een strijd, om zelf open te blijven en echt te geloven dat iedereen je wat te leren heeft”.

Zijn er nog nieuwe woorden die je ons kunt leren?

In de muziekwereld zou ik het leuk vinden als mensen het woord ‘prac’ in plaats van ‘rehearse’ gaan gebruiken – dat doe ik tenminste. En iedereen moet het woord ‘crimony’ gaan gebruiken als ze ergens van onder de indruk zijn”.

Minutemen Duo (Watt) at ATP, Camber Sands - Greg Neate, www.neatephotos.com

© Greg Neate

Il Sogno del Marinaio speelde in OCCII op 24 februari 2013.


Comments are closed.